Posts tonen met het label kleine waarheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleine waarheid. Alle posts tonen

dinsdag 21 november 2017

De Pieten

De meester stuurt een mail met de vraag of de kinderen in de klas nog geloven. 
Hij wil het ware verhaal over Sinterklaas graag vertellen. 

Dochter gelooft allang niet meer, vertel ik hem als ik hem tref.  
Niet zonder trots; nog voor ze ziek werd wist ze al dat mensen zich verkleden als Sint en Pieten.  

Die avond kijkt ze het Sinterklaasjournaal.

 "Mama! Mag ik mijn schoen zetten?"  
-oh shit, niet aan gedacht- 
"Doe dat maar als we bij opa en oma zijn" 
"Maar komt Sint daar wel?" 
-???- 
"Natuurlijk komt Sint daar wel." 

Manlief en ik kijken elkaar lachend en verwonderd aan. 

"Jij weet toch wel wie die kadootjes in je schoen stopt?" 
"Natuurlijk wel!" 
"Wie dan?" 
"De Pieten natuurlijk!" (Duh). 

Ik schiet onbedaarlijk in de lach 

"Wat zit je nou te lachen, mama, het ís toch zo?"
"Nee joh, dat doen wij toch."
"Oh ja"
"Geloof je dan toch in Sinterklaas?" 
"Nee, natuurlijk niet!" 

Dus.  
Al is de Waarheid nog zo snel, de Magie achterhaalt haar wel.

zaterdag 9 september 2017

Plagen

We doen niks vandaag. 
Lekker luieren in het weekend. 

-Zo, ik ga even een dutje doen- 
kondig ik aan.
-Beneden?- 
vraagt dochterlief.
-Nee, boven-
 (lekker rustig :-))

Dochter stort zich letterlijk bovenop mij.
-Jij gaat níet naar boven vandaag-

Met zoete woordjes probeer ik haar over te halen. 
Met milde dreigementen. 
Met sluwe plannetjes. 
Dochter laat niet los. 

Wanneer haar aandacht even verslapt, spring ik op, ren naar boven en roep: 
-Je kan me lekker niet pakken!-

Even voel ik me schuldig. 
Ze kan immers niet zelf naar boven.

Maar dan hoor ik haar terug brullen
-Oja? Dat dacht je maar, ik pak je toch!-

Niet veel later hoor ik gestommel op de trap.
-Ik kom eraan hoor!-

-Dat lukt je lekker niet!-

-Echt wel!-

Zittend trekt ze zichzelf aan haar linkerarm omhoog. 
Steeds iets harder kreunend. 
-Het is wel een beetje zwaar-

Wanneer ze op lijkt te geven, ren ik richting overloop, 'schrik' omdat ze al zo dichtbij is en ren gillend terug.

Dat helpt. 
Ineens is ze bij me op de kamer. 
Klimt op bed en laat zich lachend met haar volle gewicht op me vallen. 

Trots.
Ze heeft het geflikt.


Waar een beetje plagen soms niet goed voor kan zijn...

(En ik doe nog steeds geen dutje)

dinsdag 15 augustus 2017

Vertrouwen

Dochter's vakantievriendinnetje komt spelen. 
Ze zagen elkaar vorige zomer voor het laatst. 
2 jaar geleden ontmoetten ze elkaar en ze trokken, tot mijn vreugde en verrassing, iedere dag met elkaar op. 
Het jaar erna hadden ze weer een plezierige week samen en ondertussen schrijven ze al 2 jaar.

Vriendinnetje is een 'normaal' meisje; een lekkere kwebbeltante, lief en erg slim.
In contact met ons kletst ze de oren van ons hoofd en zo schrijft ze haar brieven ook. 
In contact met dochter is ze stil, lief volgend in wat dochter kan en wil.

Dochter wordt 'stoer' met zo'n vriendinnetje. 
Ze laat zien wat ze kan en ze doet veel meer zelf dan ze normaal doet.

Na enkele uurtjes vertrekt vriendinnetje, na enig getreuzel. 
Dochter is fysiek moe en laadt zich op door filmpjes te kijken in het grote bed. 
Manlief en ik sukkelen naast haar in slaap.

In sudderend verdriet word ik wakker, geconfronteerd met het levend verlies. 
In angst en zorg voor grotere verliezen voor haar. 
In onzekerheid over wat de toekomst brengt. 

Dochter's NAH heeft voor ons een wereld geopend waarin veel van haar stappen, nieuwe en onbekende stappen voor ons zijn.
Waarin dingen anders werken dan wij gewend waren. 
Waarin wellicht vriendschappen anders werken dan de vriendschappen die ik ken.

Ik doe een schietgebedje:
"Zorg dat ik vertrouwen krijg in dat dochter haar leven zo vorm kan geven als zij dat wil."
en
"Zorg dat zij daarin ook het vertrouwen krijgt."

's Avonds bespreken we de dag.
"Was het een fijne dag, lieffie?" 
"Ja, ik vond het fijn dat vriendinnetje er was!
Maar mama, waarom vraag je dat eigenlijk? 
Ik heb iedere dag een fijne dag, dat weet je toch."

Dankbaar fluister ik stilletjes
"Geef dan vooral mij vertrouwen".

Dochter valt ondertussen tevreden naast mij in slaap. 


vrijdag 23 juni 2017

Levend Verlies

"Het verdriet is er en zal er altijd zijn. Dat gaat nooit meer weg. Soms groot aanwezig, soms klein, maar altijd daar."

We zitten, als collegae, in de afronding van een bijzondere workshop over diversiteit en eigenheid. 
Op een bijna troostende manier spreek ik deze woorden uit naar een collega. 
Geëmotioneerd deelde ze even daarvoor dat ze zich niet had gerealiseerd dat mijn verdriet nog zo groot was. 

Met deze woorden eigen ik mij mijn verdriet toe. 
Het is van mij, niemand hoeft het kleiner te maken, het is er en het is mij eigen.

Dit verdriet wordt onder zorgouders wel 'levend verlies' genoemd. 
Het levenslang verdriet om wat je kind, door zijn of haar beperkingen, nooit kan zijn. 

Door voortdurend in contact te blijven met dat verdriet in mij, zonder me erin te verliezen, voel ik op weg naar huis hoe ik mijn meisje omarm. 
Hoe het de afgelopen maanden steeds minder belangrijk werd dat ze, als 'kapot kind', 'gerepareerd' wordt. 
Dat ze met al haar beperkingen volledig voor me is. 

Mijn tranen stromen als ik dat ten volle besef. 
Ze is goed zoals ze is. 
Geen levend verlies voor mij, maar volledig levende winst.

woensdag 7 juni 2017

Helpen

"Politie waarschuwt voor inzamelacties voor familie Savannah". 
Een klein berichtje op een nieuwssite. 
Er wordt in gewaarschuwd hier niet aan mee te doen omdat de familie niet op de hoogte is.
Daarbij is het niet duidelijk of het een gemeende actie is of een poging tot oplichting.

Zelf heb ik de indruk dat deze actie vol goede bedoelingen is opgezet.

Toen dochter ziek werd (totaal onverwacht, heel heftig) reageerde haar en onze omgeving ook heel betrokken en intens. 
Mensen willen iets dóén. 
In ons geval leidde dat tot een actie, waarbij het plan was zelfs het jeugdjournaal uit te nodigen. 

In die tijd heb ik zélf hard aan de noodrem getrokken;
zo'n actie was volstrekt niet in het belang van dochter of van ons, direct betrokkenen, intégendeel.
Het belastte ons extra.

Als je echt wil helpen, zorg dan dat je het afstemt met betrokkenen. 
In tijden van crisis is hulp met praktische zaken meestal welkom; 
ovenschotels, boodschappen, de (andere) kinderen opvangen of huisdieren verzorgen. 

Later, als de hectiek is geluwd, dan is er meer behoefte aan luisterende oren. 
In werkelijke interesse in hoe het gaat, nu de wereld het vergeten lijkt, maar de pijn voor betrokkenen juist intens voelbaar is. 


Als je echt wil helpen, dan doe je dat het meest door je hoofd koel te houden, je hart warm en er gewoonweg te zijn.

zaterdag 13 mei 2017

Tijger & Lama

"Je wordt zo hoofderig."
Ik schiet in de lach. 
"Wórd hoofderig? Ik bén hoofderig!" 
Er ontglipt me een "duh".
Nu schiet mijn lieve coach ook in de lach.

We praten over mijn slaapproblemen en wat ik 's nachts doe als ik wakker ben

"Wat als je je een dier voorstelt voor je hoofd..." 
(O, makkelijk, een Tijger) 
"...en één voor je lijf" 
(Ehm...)

Het dier voor mijn lichaam moet wollig zijn, wit en langharig...

... een Lama! 
"Die kan nog lekker spugen ook!"

We praten over Tijger
(Die álles bespringt wat ze tegenkomt)
En over Lama 
(Die goede voeding en beweging nodig heeft)
Waarom Tijger er is 
(Om Lama te beschermen tegen de vele prikkels van buitenaf)
En wat Tijger van Lama nodig heeft 
(Kunnen schuilen tegen haar hart in haar warme vacht).

"Wat jij moet doen is 's avonds Tijger te slapen leggen".

In de avond wandel ik een uur en ik leg Tijger te slapen als ik in bed lig.

Hoopvol. Zou het werken?

Half 2 ben ik wakker, zoals gewoonlijk. 
Slaapdronken naar de wc en slapen lukt daarna niet meer.

En toch voelt het anders. 
Geen hoofd op pootjes, geen springerige Tijger die overal naar toevliegt.

Ik voel haar rustig zitten, ergens bij mijn hartstreek, terwijl ze soezelend naar buiten gluurt in haar dikke witte langharige Lama-jas.

zondag 23 april 2017

Hardnekkig

"We beginnen pas met vergaderen als jij weg bent, Fee."

Halverwege januari, vrijdagochtend vroeg. 
Lijkbleek kom ik op mijn werk, kokhalzend van de moeheid. 
Ik ben al maanden bekaf.
"Nog even", spreek ik mezelf bemoedigend toe. 
Als troost een paracetamolletje met mijn koffie naar binnen drinkend.

"Alleen vandaag en volgende week nog," sputter ik tegen, "dan is het af."

"Ga nou maar, we kunnen dit wel zonder jou" sust een collega troostend.
"Lekker slapen, thuis. Geef er maar aan over. Dan zullen de tranen ook wel komen."

Ik pruttel nog wat.

Mijn leidinggevende velt het laatste oordeel.
"NU naar huis Fee! Ik regel het wel."

En ik ga.

Koop een koffie op het station, geniet daar intens van.

Slaap gedurende 2 weken 14 uur per dag.
De tranen blijven uit.

Na een week of 4 verandert er niet veel meer.
"Ik kan wel weer aan het werk" vertel ik de arts.
 "Een heel klein stapje dan" geeft ze toe.

Na een coachsessie nieuwe inzichten.
Ik hak knopen door in mijn hoofd.
Maak plannetjes.

"Het gaat prima mevrouw de dokter!"

En dan een programma. 
Een moeder die haar enige kind verloren is. 
Een vrouw die haar best doet om opgewekt te blijven.
Ik barst in tranen uit. 
Het water komt uit mijn tenen. 
Groot, groot verdriet. 
Het hele programma huil ik.
 "Eigenlijk ben ik mijn meisje ook verloren".
(En die gedachte verscheurt me, want ik heb haar nog).

Daar zijn ze dan, de tranen.
Ze komen vaker, ze zitten hoog.
Soms overvallen ze me, soms sudderen ze even.

Ik verzet me.
Ik ben een hardnekkige overlever geworden.
En toch sijpelen ze nietsontziend door mijn poriën heen.

"Al is de overlever nog zo snel, haar tranen achterhalen haar wel".

Het is een troostend feit.
Eigenlijk.


Ben even tissues halen.

maandag 2 november 2015

Zielig

We wandelden door de wijk, dochterlief en ik. Een te lange wandeling naar dochter's zin. Ze mopperde vanuit haar rolstoel dat ze graag weer naar huis wilde. Ik wilde iets afleveren, dus ik liep stevig door.

Onderweg kwamen we verschillende kinderen tegen. Als dochter in haar rolstoel zit, wordt ze zonder uitzondering door ieder kind bekeken en nagekeken. Zo ook deze dag.

 Het begon me te irriteren toen een kind achter ons herhaaldelijk naar haar moeder riep: "Kijk mama, dat kindje kan niet lopen! Mama! Dat kindje kan niet lopen. Kijk mama! Dat kindje kan niet lopen!"

 Ik gaf dochter een tip. "Als er straks weer een kindje kijkt zeg je gewoon: "Goedemiddag!""
Dochter gaf geen antwoord.

 Even later werd er weer gestaard. "Zeg nou, goedemiddag!" siste ik. Dochterlief zei niks.
Ik probeerde haar te overtuigen. "Die kindjes denken dat jij zielig bent, als je goedemiddag zegt, weten ze dat je dat niet bent".

 Dochter antwoordde gedecideerd:
"Dat weet ik niet hoor mama, of ze denken dat ik zielig ben. Ik hoef dus daarom niet dag te zeggen."


En deze geïrriteerde mama maakte een diepe buiging voor haar wijze dochter en gaf haar volkomen gelijk.

woensdag 9 september 2015

Expres doodgaan

'Dit is een verdrietig muziekje.' 

We kijken dwdd, naar de aflevering ter herinnering aan Joost Zwagerman. 
Dochter stopt met waar ze mee bezig is en kijkt aandachtig naar het beeldscherm. 
Ik vertel haar dat de mensen verdrietig zijn omdat er een meneer is doodgegaan. 

'Wat zielig voor die meneer dat hij is doodgegaan'. 

Ik vertel verder dat de meneer zichzelf heeft doodgemaakt omdat hij ziek was. 
'Dat noemen ze zelfmoord'. 

Dochter is er even stil van. 
'Kan dat, jezelf doodmaken?' vraagt ze me. 
Als ik bevestigend antwoord, vraagt ze zich af hoe dat kan. 
Ik laat het even in het midden. Geen idee hoe hij het heeft gedaan. 
Als ze aandringt vertel ik over de, in mijn beleving, minst heftige mogelijkheid. 
'Als je 10000 aspirines slikt, dan ga je dood'. 


 Dochterlief was bijna 5 toen ze zich bewust werd van haar eigen eindigheid. Ze was er intens bang voor. We spraken er vaak over en ik vertelde haar dat het nog lang zou duren.
 Ze was er niet gerust op en bleef ons vertellen dat ze niet dood wilde en altijd wilde blijven leven. 

 De dag nadat dochter instortte en de maanden erna, toen ze in coma lag, heb ik vaak aan haar grote angst teruggedacht. 
Alsof ze het wist. 

 Toen ze ontwaakte, revalideerde en herstelde, was de dood en het doodgaan bij haar wat naar de achtergrond verschoven. 
Nadat Bianca overleed hebben we het er wel eens over gehad. 
Ik achtte haar sterk genoeg om onze waarheid te kennen en vertelde haar dat we ook heel erg bang waren dat zij dood zou gaan, toen. 
Het maakte indruk. Zo ziek was ze dus geweest. 

 En nu heeft die 'lieve meneer', 'oom Joost Zwagerman' zoals ze hem snel noemt, zichzelf doodgemaakt. 

 'Mama, maar als je jezelf dood kan maken, kun je jezelf dan ook weer levend maken?' 
Ik antwoord ontkennend. Ze kruipt tegen haar oma aan op de bank en stilletjes kijkt ze een tijdje naar de uitzending. 

 'Dat dat toch kan, jezelf expres doodmaken' mompelt ze zachtjes voor zich uit. 
Verbijsterd, net als zovelen, dat mensen zo wanhopig zijn dat ze daar voor kiezen.

dinsdag 26 mei 2015

Groot

'Komen de andere moeders ook?' Dochter is benieuwd als ik haar vertel dat ik vandaag meeloop op school. 'Nee', antwoord ik, 'vandaag alleen mama'. Dat vindt ze maar niks, alleen ik en geen enkele andere moeder.

In de middag mag ik eerst meekijken in de klas. Of eigenlijk, tijdens het half uurtje buiten spelen. Als ik in de klas kom voordat we naar buiten gaan, word ik enthousiast ontvangen door dochter's klasgenoten. 'Ze wil een knuffel van je' fantaseert 1 van de jongens. 'Ze zit hier hoor' wijst een andere jongen. Jongetje nummer 3 klimt bijna bij mij op schoot en vertelt me dat hij vreselijk veel auto's heeft. 'Speelgoedauto's' antwoordt hij serieus op mijn vraag of het echte auto's zijn.

Dochterlief zit nog te lunchen aan tafel. Ze schudt driftig 'nee' als ik vraag of ik bij haar mag zitten. Dus wacht ik maar even op de gang, waar ik ook door haar vriendinnetjes enthousiast begroet word. Één van de jongens zegt dat dochter heel opgewonden is dat ik er ben. 
Nou, ík zie er niks van. 
Na het eten loopt ze me in haar looprek nuffig voorbij, op weg naar buiten, me geen blik waardig keurend. Zij is vrijwel de enige van het stel die níet opgewonden lijkt.

Dat is ongeveer de teneur van de dag. Ik hoef niet mee naar de dokter, ze gaat liever alleen. 
Dat is heel bijzonder want alle vorige keren was het brullen van het huilen. 
Nee, vandaag bespreekt mejuffrouw graag zelf het één en ander met de arts. Met een glimlach meldt de arts na een minuut of 5 dat ik er nu wel bij mag.

Na het artsenbezoek loopt ze zelfstandig en ver voor me uit naar de klas. 
School is duidelijk haar domein, haar leven. Zonder woorden laat ze blijken dat ik daar, voor haar, een onwelkome gast ben.

Een half uurtje later is ze explicieter 
'Waarom ga je eigenlijk mee?' 
Geïrriteerd.
Verbouwereerd stamel ik een drogreden 'Eh, nou ja omdat het meeloopdag is, dan loopt mama mee'.
Nou, van haar hoeft het niet, ze kan het zelf allemaal wel, daar heeft ze mij niet voor nodig.

Als we die avond thuis zijn vraagt ze aan haar vader of híj de volgende keer meegaat met de meeloopdag...

Ze wordt groot, die dochter van mij. 
Zo groot dat het stom is dat er voor haar andere dingen gebeuren dan voor de rest van de klas. En daarbij, als je zo groot bent, dan is je moeder toch echt wel de al-ler-stom-ste van de hele wereld.
 Wat zeg ik, van de hé-le kosmos.

Dus.

Daar heb je het dan maar mee te doen, als moeder van een grote dochter.

zondag 22 maart 2015

Aangenaam verbijsterd

"Mevrouw?"
Aan mijn bureau staat een studente. De les is net afgelopen en ik ben mijn spullen aan het opruimen.
"Mag ik u even spreken?"

Natuurlijk mag dat. 
Ik verwacht een excuus voor het niet inleveren van een werkstuk die dag, dus ik blijf in de gang even staan om het gesprek te voeren. 
"Het is een beetje privé."

Ik had haar een dik jaar eerder ook al in de klas. Toen maakte ik me erg zorgen over haar. Ze was tijdens een les zo erg teruggetrokken, dat ik haar na de les even bij me had geroepen. Uit haar verhaal bleek dat ze suïcide gedachten had en ik schakelde samen met haar coach toen een psycholoog in om haar te begeleiden.

We vinden een leeg lokaal.
Daar doet ze haar verhaal.
Over wat voor een jaar ze achter de rug heeft.
En hoe blij ze is dat ze heeft ontdekt en vooral heeft kunnen accepteren dat ze is wie ze is.
Ze is namelijk niet zij.
Ze is een hij.

En naarmate hij verder vertelt zie ik hem open gaan. 
Hij heeft het zolang onderdrukt dat hij eigenlijk een jóngen is. 
Het afgelopen jaar trof hij toevallig iemand met soortgelijke gevoelens. En via haar ontmoette hij nog meer mensen. 
Toen viel het, waar hij altijd mee worstelde, op zijn plek en kon hij het eindelijk onder ogen zien.

Inmiddels zit hij in traject om zich te laten omvormen tot man.
Hij heeft al een nieuwe naam bedacht.
En of ik het goed vind dat hij het in de volgende les aan de groep vertel.

Ik ben op een aangename manier verbijsterd.
Het schuchtere, depressieve meisje is nu een stralende jongen.
Wat zien mensen er prachtig uit als ze zichzelf zijn.

Ik kan het niet laten hem even te knuffelen.
Wat is het heerlijk om hem zo gelukkig te zien.
Zo vol zin in het leven.

De rest van de dag loop ik op wolkjes.
Echt geluk is besmettelijk.

Dank, dappere man!

Joey Chou. Gevonden op bloglovin.com


zondag 15 maart 2015

Bianca

Dochterlief is net thuis. Ze zit op de grond en pakt zelf haar tas uit. Heel veel werkjes, haar broodtrommel, bekers en een envelop van school. Ze frummelt de envelop open haalt er een brief uit en roept naar manlief en mij:
"Kijk eens, Bianca is dóód!".

Ik herinner me een gesprek met het hoofd van de afdeling op dochter's school, enkele weken geleden. Ze vertelde over de sterfgevallen op school. Dat dat op dochter's school relatief vaker voorkomt dan op reguliere scholen, hoewel het ook hier (gelukkig) een klein percentage betreft. Ze vertelde over de impact op de leerlingen en het personeel, het medeleven met de familie, een herdenkingsaltaar en de saamhorigheid en warmte die het samen rouwen teweeg brengt.

"Wat bijzonder dat dat zo samen kan," reageerde ik, "ik hoop echter dat we dit in de tijd dat dochter op school zit nooit hoeven meemaken."
Want hoe dan ook, een kind mag niet dood.
"Reken er maar op dat dat wel gebeuren gaat" antwoordde het hoofd, weinig geruststellend en recht voor z'n raap.

En nu is dus Bianca dood. 

We vragen dochter of ze Bianca kent. Dochter vertelt dat ze haar wel eens op het schoolplein zag maar ze had nog nooit met haar gespeeld. De juf had verteld dat Bianca dood was.

We lezen de brief en ontdekken dat het om een meisje gaat van dochters leeftijd. Overleden aan de gevolgen van een hersentumor, thuis, in het bijzijn van haar ouders.

We wisselen een blik en zijn er allebei een poosje van ontdaan. Het werpt ons even terug in de tijd, naar 3 jaar geleden, toen wij die ouders hadden kunnen zijn.

Dochterlief pakt ondertussen nog een andere tas uit en laat ons zien wat ze allemaal nog meer vindt. Daarna vraagt ze wanneer we gaan eten en wat we gaan eten, want ze heeft toch wel 'erge honger'.

Zo doet ze ons voor hoe hier mee om te gaan. 
Over naar de orde van de dag. 
Naar wat we eten vandaag en of we erna nog een spelletje doen.

Want wij leven, godzijdank, gelukkig gewoon.





(De naam Bianca is gefingeerd)

zondag 1 maart 2015

Liefde

Manlief was naar een verrassingsfeestje van een goede vriend.
Ik zat helaas in de lappenmand :-(

Toen ik vanochtend beneden kwam vond ik dit:

Vrouwlief van vriend heeft stiekem alles geregeld voor zijn verrassingsfeestje, tot aan het dankkaartje toe!

Ontroerend vind ik dat, zoveel LIEFDE.

vrijdag 10 oktober 2014

BNN dag 7, 8 & 9; Voor de bijl...

Voor dag 9 was ik al een beetje bang.
Dochterlief zou geopereerd worden aan haar ogen en ik was angstig dat ik als troost voor haar het ziekenhuiswinkeltje 'leeg' zou kopen.

Dat heb ik niet gedaan.

Wel kocht ik een pyjama met knoopjes, zodat we geen shirtje of nachthemd over haar hoofd hoeven trekken.
Manlief keert daar zijn hand toch niet voor om. En zo ligt de nieuwe pyjama nog ingepakt (ook dat nog) op het voeteneind en slaapt ze in haar eigen nachthemdje.

Het is dus niet helemaal een impuls aankoop, 
(als ik haar had omgekleed had ik haar het pyamajasje aangetrokken, want ik had het te eng gevonden om iets over haar hoofd te trekken nu)
maar echt nodig was het ook niet.

Nu ja. We gaan vol goede moed weer verder.


Dag 7 & 8 stonden vooral in teken van vriendschap.
Mijn vriendin woont sinds enkele jaren aan de andere kant van de wereld en ze is een paar weken 'over'.
Weer in elkaars sfeer zijn, de draad gewoon weer oppakken...
…daar kan geen nieuw spulletje/kledingstuk/gadget tegenop.


Ergens van het internet geplukt

woensdag 18 juni 2014

Grote-mensen-tanden

De laatste tijd hoor ik mezelf vaak denken of zeggen: "Wat is het toch fijn om haar te zien opgroeien".

 Meestal wordt die zin voorafgegaan door een 'maar'; 
"Wat wordt ze toch zwaar, maar…" 
"Wat moet ik nu vaak kleren voor haar kopen, maar…" 
"Wat een lelijk wisselbekkie heeft ze nu, maar…".

Dochter verandert. Ze ziet er steeds vaker uit als een 'groot' kind. 
Zowel mentaal als fysiek groeit ze rustig door en ontwikkelt ze zich normaal. Van haar mentale ontwikkeling ben ik me erg gewaar. Van haar fysieke wat minder. Motorisch gezien beweegt ze zich nog steeds als een kind van een jaar. 
Daarom kan ik soms zo verrast zijn als ik zie hoe groot ze al is of als ik haar koppie meer 'volwassen' zie worden. 

 En elke keer als ik me bedenk hoe fijn het is om haar te zien opgroeien, besef ik wat een voorrecht dat is. Dan ben ik zo blij dat we dit mogen meemaken en dat het niet gestopt is 2 jaar geleden.  

 Dus blijf ik maar zuchtend en steunend mijn meisje naar boven tillen, trek ik mopperend mijn portemonnee voor weer een nieuwe jurk, en kijk ik stiekem reikhalzend uit naar die (echt veel te) grote-mensen-tanden in haar bekkie.

woensdag 11 juni 2014

Voeten

"Blijf nou op je benen staan" mopper ik tegen dochter wanneer ik haar naar het toilet breng. Dochterlief heeft de neiging haar aangedane been omhoog te trekken en als een ooievaar tegen me aan te hangen. Hoewel ze haar gewicht niet gelijk kan verdelen over 2 benen, staat ze toch stabieler wanneer ze op beide (anderhalve) benen staat.

"Voeten," hoor ik dochter zeggen terwijl ik haar op het toilet til, "op je voeten staan". 
"Op je benen staan," brom ik automatisch en gedachteloos terug.
"Neehee," protesteert dochter, "je staat op je voéten".
"O ja," besef ik, "je staat op je voeten. Je hebt gelijk, schat"
"Maar waarom zeg je dan bénen?"
"Ja weet ik veel, dat zeg je zo"...


En nu vraag ik me dus af waarom we dat zeggen, op je benen staan...

woensdag 28 mei 2014

Telefoontje

-Het ziekenhuis, goedemiddag- 
-Ja goedemiddag, u spreekt met Fee, zou u me kunnen doorverbinden met de planning van oogheelkunde?- 
-Met de opnameplanning bedoelt u?- 
-Nouja, mijn dochter moet geopereerd worden, is dat de opnameplanning?- 
-Ja, dat is de opnameplanning. Ik verbind u door.- 

Klik  

Pieiep  

(……)

(Bandje) 
Klik 7 om uw bericht te beluisteren 
Klik 3 om uw bericht te wissen en opnieuw op te nemen 
Klik 2 om uw ingesproken bericht uit te breiden 
Klik 9 om uw bericht te versturen 
Klik 0 om naar de telefonist terug te gaan. 
Huh, wat raar


Krrrrprrrrrr 
Klik 
Toetoetoetoetoe 

Nou ja! 

Nog een keer bellen.
-Het ziekenhuis goedemiddag.- 
-Ja, goedemiddag, met Fee spreekt u weer. Ik belde net ook al voor de opnameplanning oogheelkunde maar volgens mij is er iets misgegaan, want ik krijg een bandje met een vrouwenstem die me vertelt wat ik met mijn bericht kan doen, ik weet alleen niet over welk bericht ze het heeft.-
-Maar u moet ook een bandje inspreken mevrouw, en daarna wordt u teruggebeld.-
- O, is dat de bedoeling. Verbind me dan maar weer door.-
-Een ogenblikje-

Klik 

Pieiep 

(….) 
Klik 7 om uw bericht te beluisteren 
Shit ik had net al wat in moeten spreken
Klik 3 om uw bericht te wissen en opnieuw op te nemen
Aha!


Pieiep

-Goedemiddag, ik ben Fee, moeder van Dochterlief, geboren op die datum en ze zou ingepland worden voor een operatie. Zou u me kunnen terugbellen op nummer..., ik herhaal, nummer, dank u wel-

(…..)

Klik 7 om uw bericht te beluisteren 
Klik 3 om uw bericht te wissen en opnieuw op te nemen 
Klik 2 om uw ingesproken bericht uit te breiden 
Klik 9 om uw bericht te versturen


Klik 1 om uw mailcode in te voeren 
Huh? 
Klik 0 om naar de telefonist terug te gaan. 
Dacht het niet

Opgehangen 

Waar zijn de mensen van vlees en bloed gebleven? 

Een half uur later wordt er gebeld. 
-Hallo met Fee-
-Goedemiddag u spreekt met Lotte, van planning Oogheelkunde, u had gebeld voor een opname?-
  Jeetje, het werkt! 
-Ja, (hihi), dat klopt, (hihi), ja sorry dat ik zo lach, ik had nooit gedacht dat ik teruggebeld zou worden-
 -Maar natuurlijk bellen we terug mevrouw! Het gaat om uw dochter toch?- 
-Ja- 
-Uw dochter is minderjarig, dat klopt toch?- 
-Ja, dat klopt- 
-Het spijt me, maar dan moet u helemaal niet bij ons zijn maar bij de planning van de kinderafdeling. Zal ik u het nummer geven?-
-O, ja, doet u dat maar- 
-Het nummer is ….. en ze zijn op werkdagen bereikbaar tussen 8 en 10 uur 's ochtends-
-O, jammer, het is nu al half 3-
- Inderdaad mevrouw, ik zie het ook. Dan moet u het toch morgen even proberen-
-Dank u wel, ik ga het toch nu even proberen, fijn dat u heeft gebeld-
-Natuurlijk mevrouw, fijne middag!-

De planning van de kinderafdeling bellen.
(bandje)
Dit is het antwoordapparaat van de planning kinderafdeling.
Ha fijn, een gewoon antwoordapparaat!
Wij zijn op maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 8 en 10 uur 's ochtends. U kunt geen bericht achterlaten. 
Sjips


Een uurtje verder en weinig opgeschoten, 
maar wel een glimlach door Lotte.

Fijn, een echt mens van vlees en bloed!

woensdag 30 april 2014

Verwerken

Verwerken heet het, datgene waar ik mee bezig ben.
Het komt, zoals verwacht, op het moment dat ons leven zich weer normaliseert.
Niet groots en meeslepend.
Maar als een stil sluimerend verdriet.
Een vermoeidheid die niet weg te slapen lijkt.
Geen zin om te zijn, een deken over mijn hoofd.

Het zijn kleine, bijna vluchtige momenten, die verwerkingservaringen. Ze komen te voorschijn als ik even niet bezig ben.
Even niet bezig met zorgen, werken, schrijven, haken, breien, kunst zoeken, koken, bakken, lezen, knutselen, documentaires kijken.
Niet bezig met doen, maar per ongeluk even ben.
Dan is daar een traan onder de douche, een wanhopig schietgebedje naar boven.
Dan is er het gevoel van tekortschieten voor de taak waarvoor we staan.
Ik lijk er voor toegerust, maar voel het soms niet zo.

Het zijn korte momenten in het drukke leven van alledag. Het leven wat ik onbewust druk maak, alsof ik een zwengel ben die mijn motor voortdurend aan moet draaien.
Om maar te blijven gaan, om maar te blijven doen.
Zodat ik mezelf de kans niet geef om voor eeuwig onder die deken te gaan liggen.

Want ik ben nu zo nodig in dit leven.

Daarom zijn ze kort die momenten.
En is er een lach na iedere traan en na ieder wanhopig gebed een sprankje vol hoop.




Dit blog stond klaar voor publicatie net nadat we naar het oogcentrum waren geweest. Omdat dit bericht toen helemaal niet aansloot bij hoe ik me voelde heb ik het even teruggetrokken. Nu loopt het weer iets meer synchroon met hoe ik het leven weer meer ervaar.

woensdag 23 april 2014

To NAH or not to NAH...

"Ze doet goed mee en gaat ook goed vooruit."
De ergotherapeut praat me bij over de therapie die dochter krijgt. Om haar aangedane arm/hand te stimuleren krijgt dochter 3x in de week anderhalf uur therapie waarbij haar goede arm in een sling wordt gebonden en ze alles zoveel mogelijk met aangedane arm moet doen.

"Soms heeft ze niet zo'n zin, omdat ze het niet heeft zien aankomen of als de andere kinderen iets gaan doen wat ze liever wil doen. Ze laat dan duidelijk merken dat ze niet wil en kan dan ook best lang blijven mokken. Ik vertel het maar zodat jullie weten dat het heel vaak goed gaat en soms ook niet" vervolgt de ergo, iets voorzichtig.

"Dat is een goed teken," grijns ik, dochter herkennend, "zo is ze thuis ook, dus ze voelt zich goed op haar gemak. Dat kan ze goed, dat mokken, was voor het letsel ook al zo."
"Was dat ervoor ook al zo? Dat is goed om te weten, wij dachten dat het NAH gedrag was"
"Nee, dit is karakter"

De maatschappelijk werker in het revalidatiecentrum drukte het me al op het hart: "Zie je kind en beschouw niet alles vanuit het letsel". Een goeie tip en soms ook beremoeilijk. Als ik mijn angstbril op heb bijvoorbeeld, zie ik alles met de tumorblik. 

Toen dochter nog in de 'comakliniek' lag, spraken we een moeder van één van de patiënten. Haar dochter had enkele jaren ervoor dezelfde tumor gehad. Die van haar zat echter in de kleine hersenen. De moeder vertelde dat het meisje na de operatie best veranderd was. Kennelijk heeft dat verhaal ergens in mijn systeem een plekje gevonden. Bij elke onbekende verandering, die ik als beangstigend of negatief ervaar, geef ik de tumor de schuld. Terwijl mijn dochter ook gewoon aan het verder groeien is. 

Al met al is ons meisje is in haar karakter gelukkig weinig veranderd. 
Stiekem bedenk ik me dat dat komt omdat ze zo'n sterke persoonlijkheid heeft :-). Onzin natuurlijk, maar die gedachte geeft zo'n lekker (puh NAH!) gevoel.

vrijdag 18 april 2014

Excuses



Lesgeven in de propedeuse. Het is een bijzondere tak van sport binnen het hogeschool wezen. Als docent ben je daar veel bezig met het aanleren van normen en waarden; “zo doen we dit hier” en “dit verwachten we van je”. Strikt omgaan met de regels, eenduidigheid tussen de verschillende docenten, dat is een beetje het stramien wat wij hanteren binnen onze opleiding. 


Dat opvoeden, leren hoe ze zich moeten gedragen, dat ligt me niet zo. Meestal geef ik dan ook les aan de ouderejaars, die de klappen van de zweep inmiddels kennen. Daardoor kom ik makkelijk met ze tot de kern van de zaak en kan de gezamenlijke energie meer naar de inhoud.

Deze periode kreeg ik weer eens een eerstejaars groep. Ik vond het wel spannend. Het was alweer enkele jaren geleden en ik was dan ook benieuwd hoe ik het zou vinden. 

Moet gezegd, het viel alleszins mee. De studenten hadden zin om te leren, deden fijn wat ik van ze vroeg aan oefeningen en hadden allemaal hun huiswerk gedaan. De juf was heel tevreden. 

Tegelijkertijd waren ze ook duidelijk drukker dan de studenten in de hogere jaren. Tussen de opdrachten door waren enkele jongens elkaar steeds wat aan het jennen. Het plagend schelden ging over en weer en enkele malen hoorde ik woorden als "mental retarded", "domme gehandicapte"en "heb je je rollator thuis gelaten?". 

Hoewel ik het wat egocentrisch van mezelf vond had ik er toch last van. In college 2 besloot ik, min of meer in een opwelling, te vertellen waarom het me stoorde.

Ik legde de les stil en vertelde over mijn dochter, hoe ze eerst gezond was en door een gezwel in haar hoofd nu fysiek beperkt is geraakt. Dat ik het als vervelend ervaar als mensen elkaar op zo’n manier opruien, omdat het echt niet fijn is als je het van dichtbij meemaakt. En dat er naast mij ook andere mensen zijn die het soms als moeilijk ervaren; dat ik het daarom belangrijk vind dat ze zich daar bewust van zijn. 

De groep was stil. Enkelen knikten, anderen keken weg. Ik ging verder met de les en zei ze gedag na afloop. 

Terwijl ik mijn spullen inpakte kwamen de ‘oproerkraaiers’ naar me toe. 
“Sorry mevrouw dat ik u gekwetst heb” 
en
"We plagen elkaar zo, en stonden er niet bij stil dat dat ook krenkend kan zijn, excuses”. 

Mijn hart smolt. Daar stonden ze, de grote bekken van de klas, die ineens gevoelige harten bleken. Wat een prachtige competentie lieten ze zien. 

Je excuses aanbieden, dat is een kunst die vele mensen nooit onder de knie krijgen. 

Met een grote glimlach verliet ik het klaslokaal. Super trots op 'mijn' eerstejaars.