Posts tonen met het label bewustwording. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bewustwording. Alle posts tonen

vrijdag 19 juli 2019

Sonde

-Hé, ze draagt ineens ook een sonde.-
Manlief wijst naar één van de meiden. 
Ze is me net te snel voorbij. 

Dochterlief heeft haar eindmusical. 
Terwijl we wachten op de voorstelling kijken we nieuwsgierig rond. 
Af en toe vangen we een glimp op van de 8ste groepers. 
‘Achter de schermen’ lopen, strompelen en rijden ze voorbij. 
Na al die jaren kijken we niet meer op van een slangetje meer of minder. 

Het uur wachten wordt beloond.
De voorstelling begint. 
De gordijnen gaan open en lachend ontdekken we meer kinderen met een ‘sonde’. 

Een microfoontje

Zo af en toe blijkt het ongewone ons heel gewoon en is het gewone soms verrassend ongewoon.

☺️

dinsdag 21 november 2017

De Pieten

De meester stuurt een mail met de vraag of de kinderen in de klas nog geloven. 
Hij wil het ware verhaal over Sinterklaas graag vertellen. 

Dochter gelooft allang niet meer, vertel ik hem als ik hem tref.  
Niet zonder trots; nog voor ze ziek werd wist ze al dat mensen zich verkleden als Sint en Pieten.  

Die avond kijkt ze het Sinterklaasjournaal.

 "Mama! Mag ik mijn schoen zetten?"  
-oh shit, niet aan gedacht- 
"Doe dat maar als we bij opa en oma zijn" 
"Maar komt Sint daar wel?" 
-???- 
"Natuurlijk komt Sint daar wel." 

Manlief en ik kijken elkaar lachend en verwonderd aan. 

"Jij weet toch wel wie die kadootjes in je schoen stopt?" 
"Natuurlijk wel!" 
"Wie dan?" 
"De Pieten natuurlijk!" (Duh). 

Ik schiet onbedaarlijk in de lach 

"Wat zit je nou te lachen, mama, het ís toch zo?"
"Nee joh, dat doen wij toch."
"Oh ja"
"Geloof je dan toch in Sinterklaas?" 
"Nee, natuurlijk niet!" 

Dus.  
Al is de Waarheid nog zo snel, de Magie achterhaalt haar wel.

vrijdag 20 oktober 2017

Centrum van het universum

14 was ik.
En hopeloos verliefd op hem.

Hij zat enkele klassen hoger.
Had een grote blonde lok in zijn gezicht, omlijnde zijn ogen met kohl, droeg een lange grijze jas en liep op schoenen met een puntige neus.

Groot was mijn vreugde toen hij ook voor mij viel.
Mijn eerste echte vriendje.
Hij was 3 jaar ouder, ik vond hem zo wijs en hij rook zo lekker.

Na een maandje tuimelde ik alweer van de roze wolk.
Hij 'maakte het uit'.
Mijn verdriet was intens. 
Maandenlang voelde ik mijn gebroken hart.

Enkele jaren later trof ik hem weer tijdens een concert.
Hij studeerde en woonde op kamers, ik was verhuisd naar een andere stad.
Het klikte die avond weer.
Vrijend namen we buiten afscheid.
Hij vroeg me te schrijven, ik verloor zijn adres.

Dat was de laatste keer.
Af en toe zocht ik hem wel eens op het internet, zoals ik ook andere mensen zocht uit die tijd.
Ik vond hem nooit.

Tot vandaag.

Zijn naam in een overlijdensadvertentie.
Al anderhalf jaar niet meer op deze wereld.
Zijn vrouw was hem een jaar eerder voorgegaan.
Ze hadden geen kinderen.

Weemoedig ben ik de rest van de dag.
Om die jongen van toen.
Die enkele maanden van mijn leven het centrum van mijn universum was.
En die zijn leven niet meer leeft.

zaterdag 9 september 2017

Plagen

We doen niks vandaag. 
Lekker luieren in het weekend. 

-Zo, ik ga even een dutje doen- 
kondig ik aan.
-Beneden?- 
vraagt dochterlief.
-Nee, boven-
 (lekker rustig :-))

Dochter stort zich letterlijk bovenop mij.
-Jij gaat níet naar boven vandaag-

Met zoete woordjes probeer ik haar over te halen. 
Met milde dreigementen. 
Met sluwe plannetjes. 
Dochter laat niet los. 

Wanneer haar aandacht even verslapt, spring ik op, ren naar boven en roep: 
-Je kan me lekker niet pakken!-

Even voel ik me schuldig. 
Ze kan immers niet zelf naar boven.

Maar dan hoor ik haar terug brullen
-Oja? Dat dacht je maar, ik pak je toch!-

Niet veel later hoor ik gestommel op de trap.
-Ik kom eraan hoor!-

-Dat lukt je lekker niet!-

-Echt wel!-

Zittend trekt ze zichzelf aan haar linkerarm omhoog. 
Steeds iets harder kreunend. 
-Het is wel een beetje zwaar-

Wanneer ze op lijkt te geven, ren ik richting overloop, 'schrik' omdat ze al zo dichtbij is en ren gillend terug.

Dat helpt. 
Ineens is ze bij me op de kamer. 
Klimt op bed en laat zich lachend met haar volle gewicht op me vallen. 

Trots.
Ze heeft het geflikt.


Waar een beetje plagen soms niet goed voor kan zijn...

(En ik doe nog steeds geen dutje)

dinsdag 15 augustus 2017

Vertrouwen

Dochter's vakantievriendinnetje komt spelen. 
Ze zagen elkaar vorige zomer voor het laatst. 
2 jaar geleden ontmoetten ze elkaar en ze trokken, tot mijn vreugde en verrassing, iedere dag met elkaar op. 
Het jaar erna hadden ze weer een plezierige week samen en ondertussen schrijven ze al 2 jaar.

Vriendinnetje is een 'normaal' meisje; een lekkere kwebbeltante, lief en erg slim.
In contact met ons kletst ze de oren van ons hoofd en zo schrijft ze haar brieven ook. 
In contact met dochter is ze stil, lief volgend in wat dochter kan en wil.

Dochter wordt 'stoer' met zo'n vriendinnetje. 
Ze laat zien wat ze kan en ze doet veel meer zelf dan ze normaal doet.

Na enkele uurtjes vertrekt vriendinnetje, na enig getreuzel. 
Dochter is fysiek moe en laadt zich op door filmpjes te kijken in het grote bed. 
Manlief en ik sukkelen naast haar in slaap.

In sudderend verdriet word ik wakker, geconfronteerd met het levend verlies. 
In angst en zorg voor grotere verliezen voor haar. 
In onzekerheid over wat de toekomst brengt. 

Dochter's NAH heeft voor ons een wereld geopend waarin veel van haar stappen, nieuwe en onbekende stappen voor ons zijn.
Waarin dingen anders werken dan wij gewend waren. 
Waarin wellicht vriendschappen anders werken dan de vriendschappen die ik ken.

Ik doe een schietgebedje:
"Zorg dat ik vertrouwen krijg in dat dochter haar leven zo vorm kan geven als zij dat wil."
en
"Zorg dat zij daarin ook het vertrouwen krijgt."

's Avonds bespreken we de dag.
"Was het een fijne dag, lieffie?" 
"Ja, ik vond het fijn dat vriendinnetje er was!
Maar mama, waarom vraag je dat eigenlijk? 
Ik heb iedere dag een fijne dag, dat weet je toch."

Dankbaar fluister ik stilletjes
"Geef dan vooral mij vertrouwen".

Dochter valt ondertussen tevreden naast mij in slaap. 


vrijdag 23 juni 2017

Levend Verlies

"Het verdriet is er en zal er altijd zijn. Dat gaat nooit meer weg. Soms groot aanwezig, soms klein, maar altijd daar."

We zitten, als collegae, in de afronding van een bijzondere workshop over diversiteit en eigenheid. 
Op een bijna troostende manier spreek ik deze woorden uit naar een collega. 
Geëmotioneerd deelde ze even daarvoor dat ze zich niet had gerealiseerd dat mijn verdriet nog zo groot was. 

Met deze woorden eigen ik mij mijn verdriet toe. 
Het is van mij, niemand hoeft het kleiner te maken, het is er en het is mij eigen.

Dit verdriet wordt onder zorgouders wel 'levend verlies' genoemd. 
Het levenslang verdriet om wat je kind, door zijn of haar beperkingen, nooit kan zijn. 

Door voortdurend in contact te blijven met dat verdriet in mij, zonder me erin te verliezen, voel ik op weg naar huis hoe ik mijn meisje omarm. 
Hoe het de afgelopen maanden steeds minder belangrijk werd dat ze, als 'kapot kind', 'gerepareerd' wordt. 
Dat ze met al haar beperkingen volledig voor me is. 

Mijn tranen stromen als ik dat ten volle besef. 
Ze is goed zoals ze is. 
Geen levend verlies voor mij, maar volledig levende winst.

woensdag 7 juni 2017

Helpen

"Politie waarschuwt voor inzamelacties voor familie Savannah". 
Een klein berichtje op een nieuwssite. 
Er wordt in gewaarschuwd hier niet aan mee te doen omdat de familie niet op de hoogte is.
Daarbij is het niet duidelijk of het een gemeende actie is of een poging tot oplichting.

Zelf heb ik de indruk dat deze actie vol goede bedoelingen is opgezet.

Toen dochter ziek werd (totaal onverwacht, heel heftig) reageerde haar en onze omgeving ook heel betrokken en intens. 
Mensen willen iets dóén. 
In ons geval leidde dat tot een actie, waarbij het plan was zelfs het jeugdjournaal uit te nodigen. 

In die tijd heb ik zélf hard aan de noodrem getrokken;
zo'n actie was volstrekt niet in het belang van dochter of van ons, direct betrokkenen, intégendeel.
Het belastte ons extra.

Als je echt wil helpen, zorg dan dat je het afstemt met betrokkenen. 
In tijden van crisis is hulp met praktische zaken meestal welkom; 
ovenschotels, boodschappen, de (andere) kinderen opvangen of huisdieren verzorgen. 

Later, als de hectiek is geluwd, dan is er meer behoefte aan luisterende oren. 
In werkelijke interesse in hoe het gaat, nu de wereld het vergeten lijkt, maar de pijn voor betrokkenen juist intens voelbaar is. 


Als je echt wil helpen, dan doe je dat het meest door je hoofd koel te houden, je hart warm en er gewoonweg te zijn.

zaterdag 13 mei 2017

Tijger & Lama

"Je wordt zo hoofderig."
Ik schiet in de lach. 
"Wórd hoofderig? Ik bén hoofderig!" 
Er ontglipt me een "duh".
Nu schiet mijn lieve coach ook in de lach.

We praten over mijn slaapproblemen en wat ik 's nachts doe als ik wakker ben

"Wat als je je een dier voorstelt voor je hoofd..." 
(O, makkelijk, een Tijger) 
"...en één voor je lijf" 
(Ehm...)

Het dier voor mijn lichaam moet wollig zijn, wit en langharig...

... een Lama! 
"Die kan nog lekker spugen ook!"

We praten over Tijger
(Die álles bespringt wat ze tegenkomt)
En over Lama 
(Die goede voeding en beweging nodig heeft)
Waarom Tijger er is 
(Om Lama te beschermen tegen de vele prikkels van buitenaf)
En wat Tijger van Lama nodig heeft 
(Kunnen schuilen tegen haar hart in haar warme vacht).

"Wat jij moet doen is 's avonds Tijger te slapen leggen".

In de avond wandel ik een uur en ik leg Tijger te slapen als ik in bed lig.

Hoopvol. Zou het werken?

Half 2 ben ik wakker, zoals gewoonlijk. 
Slaapdronken naar de wc en slapen lukt daarna niet meer.

En toch voelt het anders. 
Geen hoofd op pootjes, geen springerige Tijger die overal naar toevliegt.

Ik voel haar rustig zitten, ergens bij mijn hartstreek, terwijl ze soezelend naar buiten gluurt in haar dikke witte langharige Lama-jas.

zondag 23 april 2017

Hardnekkig

"We beginnen pas met vergaderen als jij weg bent, Fee."

Halverwege januari, vrijdagochtend vroeg. 
Lijkbleek kom ik op mijn werk, kokhalzend van de moeheid. 
Ik ben al maanden bekaf.
"Nog even", spreek ik mezelf bemoedigend toe. 
Als troost een paracetamolletje met mijn koffie naar binnen drinkend.

"Alleen vandaag en volgende week nog," sputter ik tegen, "dan is het af."

"Ga nou maar, we kunnen dit wel zonder jou" sust een collega troostend.
"Lekker slapen, thuis. Geef er maar aan over. Dan zullen de tranen ook wel komen."

Ik pruttel nog wat.

Mijn leidinggevende velt het laatste oordeel.
"NU naar huis Fee! Ik regel het wel."

En ik ga.

Koop een koffie op het station, geniet daar intens van.

Slaap gedurende 2 weken 14 uur per dag.
De tranen blijven uit.

Na een week of 4 verandert er niet veel meer.
"Ik kan wel weer aan het werk" vertel ik de arts.
 "Een heel klein stapje dan" geeft ze toe.

Na een coachsessie nieuwe inzichten.
Ik hak knopen door in mijn hoofd.
Maak plannetjes.

"Het gaat prima mevrouw de dokter!"

En dan een programma. 
Een moeder die haar enige kind verloren is. 
Een vrouw die haar best doet om opgewekt te blijven.
Ik barst in tranen uit. 
Het water komt uit mijn tenen. 
Groot, groot verdriet. 
Het hele programma huil ik.
 "Eigenlijk ben ik mijn meisje ook verloren".
(En die gedachte verscheurt me, want ik heb haar nog).

Daar zijn ze dan, de tranen.
Ze komen vaker, ze zitten hoog.
Soms overvallen ze me, soms sudderen ze even.

Ik verzet me.
Ik ben een hardnekkige overlever geworden.
En toch sijpelen ze nietsontziend door mijn poriën heen.

"Al is de overlever nog zo snel, haar tranen achterhalen haar wel".

Het is een troostend feit.
Eigenlijk.


Ben even tissues halen.

maandag 2 november 2015

Zielig

We wandelden door de wijk, dochterlief en ik. Een te lange wandeling naar dochter's zin. Ze mopperde vanuit haar rolstoel dat ze graag weer naar huis wilde. Ik wilde iets afleveren, dus ik liep stevig door.

Onderweg kwamen we verschillende kinderen tegen. Als dochter in haar rolstoel zit, wordt ze zonder uitzondering door ieder kind bekeken en nagekeken. Zo ook deze dag.

 Het begon me te irriteren toen een kind achter ons herhaaldelijk naar haar moeder riep: "Kijk mama, dat kindje kan niet lopen! Mama! Dat kindje kan niet lopen. Kijk mama! Dat kindje kan niet lopen!"

 Ik gaf dochter een tip. "Als er straks weer een kindje kijkt zeg je gewoon: "Goedemiddag!""
Dochter gaf geen antwoord.

 Even later werd er weer gestaard. "Zeg nou, goedemiddag!" siste ik. Dochterlief zei niks.
Ik probeerde haar te overtuigen. "Die kindjes denken dat jij zielig bent, als je goedemiddag zegt, weten ze dat je dat niet bent".

 Dochter antwoordde gedecideerd:
"Dat weet ik niet hoor mama, of ze denken dat ik zielig ben. Ik hoef dus daarom niet dag te zeggen."


En deze geïrriteerde mama maakte een diepe buiging voor haar wijze dochter en gaf haar volkomen gelijk.

woensdag 9 september 2015

Expres doodgaan

'Dit is een verdrietig muziekje.' 

We kijken dwdd, naar de aflevering ter herinnering aan Joost Zwagerman. 
Dochter stopt met waar ze mee bezig is en kijkt aandachtig naar het beeldscherm. 
Ik vertel haar dat de mensen verdrietig zijn omdat er een meneer is doodgegaan. 

'Wat zielig voor die meneer dat hij is doodgegaan'. 

Ik vertel verder dat de meneer zichzelf heeft doodgemaakt omdat hij ziek was. 
'Dat noemen ze zelfmoord'. 

Dochter is er even stil van. 
'Kan dat, jezelf doodmaken?' vraagt ze me. 
Als ik bevestigend antwoord, vraagt ze zich af hoe dat kan. 
Ik laat het even in het midden. Geen idee hoe hij het heeft gedaan. 
Als ze aandringt vertel ik over de, in mijn beleving, minst heftige mogelijkheid. 
'Als je 10000 aspirines slikt, dan ga je dood'. 


 Dochterlief was bijna 5 toen ze zich bewust werd van haar eigen eindigheid. Ze was er intens bang voor. We spraken er vaak over en ik vertelde haar dat het nog lang zou duren.
 Ze was er niet gerust op en bleef ons vertellen dat ze niet dood wilde en altijd wilde blijven leven. 

 De dag nadat dochter instortte en de maanden erna, toen ze in coma lag, heb ik vaak aan haar grote angst teruggedacht. 
Alsof ze het wist. 

 Toen ze ontwaakte, revalideerde en herstelde, was de dood en het doodgaan bij haar wat naar de achtergrond verschoven. 
Nadat Bianca overleed hebben we het er wel eens over gehad. 
Ik achtte haar sterk genoeg om onze waarheid te kennen en vertelde haar dat we ook heel erg bang waren dat zij dood zou gaan, toen. 
Het maakte indruk. Zo ziek was ze dus geweest. 

 En nu heeft die 'lieve meneer', 'oom Joost Zwagerman' zoals ze hem snel noemt, zichzelf doodgemaakt. 

 'Mama, maar als je jezelf dood kan maken, kun je jezelf dan ook weer levend maken?' 
Ik antwoord ontkennend. Ze kruipt tegen haar oma aan op de bank en stilletjes kijkt ze een tijdje naar de uitzending. 

 'Dat dat toch kan, jezelf expres doodmaken' mompelt ze zachtjes voor zich uit. 
Verbijsterd, net als zovelen, dat mensen zo wanhopig zijn dat ze daar voor kiezen.

dinsdag 26 mei 2015

Groot

'Komen de andere moeders ook?' Dochter is benieuwd als ik haar vertel dat ik vandaag meeloop op school. 'Nee', antwoord ik, 'vandaag alleen mama'. Dat vindt ze maar niks, alleen ik en geen enkele andere moeder.

In de middag mag ik eerst meekijken in de klas. Of eigenlijk, tijdens het half uurtje buiten spelen. Als ik in de klas kom voordat we naar buiten gaan, word ik enthousiast ontvangen door dochter's klasgenoten. 'Ze wil een knuffel van je' fantaseert 1 van de jongens. 'Ze zit hier hoor' wijst een andere jongen. Jongetje nummer 3 klimt bijna bij mij op schoot en vertelt me dat hij vreselijk veel auto's heeft. 'Speelgoedauto's' antwoordt hij serieus op mijn vraag of het echte auto's zijn.

Dochterlief zit nog te lunchen aan tafel. Ze schudt driftig 'nee' als ik vraag of ik bij haar mag zitten. Dus wacht ik maar even op de gang, waar ik ook door haar vriendinnetjes enthousiast begroet word. Één van de jongens zegt dat dochter heel opgewonden is dat ik er ben. 
Nou, ík zie er niks van. 
Na het eten loopt ze me in haar looprek nuffig voorbij, op weg naar buiten, me geen blik waardig keurend. Zij is vrijwel de enige van het stel die níet opgewonden lijkt.

Dat is ongeveer de teneur van de dag. Ik hoef niet mee naar de dokter, ze gaat liever alleen. 
Dat is heel bijzonder want alle vorige keren was het brullen van het huilen. 
Nee, vandaag bespreekt mejuffrouw graag zelf het één en ander met de arts. Met een glimlach meldt de arts na een minuut of 5 dat ik er nu wel bij mag.

Na het artsenbezoek loopt ze zelfstandig en ver voor me uit naar de klas. 
School is duidelijk haar domein, haar leven. Zonder woorden laat ze blijken dat ik daar, voor haar, een onwelkome gast ben.

Een half uurtje later is ze explicieter 
'Waarom ga je eigenlijk mee?' 
Geïrriteerd.
Verbouwereerd stamel ik een drogreden 'Eh, nou ja omdat het meeloopdag is, dan loopt mama mee'.
Nou, van haar hoeft het niet, ze kan het zelf allemaal wel, daar heeft ze mij niet voor nodig.

Als we die avond thuis zijn vraagt ze aan haar vader of híj de volgende keer meegaat met de meeloopdag...

Ze wordt groot, die dochter van mij. 
Zo groot dat het stom is dat er voor haar andere dingen gebeuren dan voor de rest van de klas. En daarbij, als je zo groot bent, dan is je moeder toch echt wel de al-ler-stom-ste van de hele wereld.
 Wat zeg ik, van de hé-le kosmos.

Dus.

Daar heb je het dan maar mee te doen, als moeder van een grote dochter.

zondag 17 mei 2015

Ontaarde moeder op de kop.

We hebben een feestje. Het achterbuurmeisje viert haar verjaardag. 
Dochter en ik gaan er naar toe.
Zij in haar looprek met het kadootje in haar hand, ik op hoge hakken die ik voor deze 'zitgelegenheid' uit de kast heb getrokken. 

Het kadootje geeft dochter snel af, maar dan komt ze niet verder dan de eerste anderhalve meter in de tuin. 
Te spannend, teveel.
Dikke tranen. 
Nee, ze wil geen taartje. 
Nee, ze wil niks drinken. 
Nee, ze wil niks spelen.
Ze wil weer weg.

Ik breng haar thuis en ga zelf nog even een (ok, 2) taartje snoepen.
Niet veel later komt dochter toch weer terug. 
En nu is het goed.
Stap voor stap komt ze los. 
Ja, ze wil wel een waterballon. 
Ja, ze wil wel chippies en drinken. 
Ja, ze wil wel op de trampoline. 
En, oja, ze wil ook vriendinnen worden met de grote nicht van buurmeisjes. 

Als ik anderhalf uur later naar huis wil om te koken blijft ze graag nog even. 
Thuis doe ik in vliegende vaart de voorbereidingen voor het avondmaal.
Ik voel me onrustig. 
Ik laat mijn kind zomaar achter. 
Het voelt alsof ik mijn verantwoordelijkheid ontloop. 
Ik voel me een ontaarde moeder.

Na een half uurtje loop ik even terug. 
Dochterlief zit smikkelend en genietend op de grond.
Nee hoor, ze wil echt nog niet mee. 'Kom me straks maar halen'. 
Iets geruster loop ik terug.

Na nog een uur, en de hartige taarten bijna uit de oven, loop ik nog eens langs. 
Dochter is nergens te bekennen. 
Met alle kinderen naar de speeltuin. 
Een andere buurvrouw heeft zich over dochter ontfermd.

Met buurman wandel ik naar het speeltuintje. 
'Ik ben er wat onrustig van' vertel ik.
 'Je bent het ook niet gewend' antwoordt hij.

En dat is het, we zijn het niet gewend.
Want eigenlijk is het normaal om een 8-jarig kind te laten spelen bij de buurtjes en in het speeltuintje.
 En het is abnormaal het gevoel te hebben anderen tot last te zijn, als ze zich over je kind ontfermen.

De wereld op zijn kop voor mij. 
's Avonds ben ik bekaf, de volgende ochtend huil ik dikke tranen. 
Omdat zo'n gewoon kinderfeestje ook echt even gewoon mocht zijn. 
Dat andere mensen zorgen en dochter intens geniet.

Wat een kado. 

Dank fijne achterbuurtjes & familie en lieve andere achterbuurvrouw!

zondag 10 mei 2015

Moederdag

Moederdag 13 mei 2012
Dochterlief heeft waterpokken, sinds een dag of 5. Grote blaasjes, pittige koorts. 
Maar je hoort haar er niet over. 
Ze ligt in coma.

De schat ligt net een kleine 2 weken in de comakliniek. 
Het doet haar goed, de kliniek. In kleine stapjes gaat ze vooruit. 
Maar de laatste 2 dagen is ze toch wel erg ziek van de waterpokken. 
We hopen maar dat ze de jeuk niet voelt. Ze kan zelf niet krabben en dan zou het wel erg zielig zijn.

Straks gaan we weer naar haar toe. 
Eerst krijgen we een moederdagontbijt van het Ronald McDonaldshuis. 
Lief dat ze dat geregeld hebben. 
Tot mijn grote verrassing smaakt de mcMuffin me goed.

Ondanks dit ontbijt overheerst het verdriet. 
Mijn dochter is niet bij me. 
Ze ligt enkele tientallen meters bij mij vandaan, in isolatie, vanwege de waterpokken.
Vorig jaar gaf ze me haar eerste zelfgemaakte moederdagcadeau.
Nu weet ze niet eens dat het moederdag is.

Het verdriet deel ik met een moeder die ook in het huis logeert.
Haar zoon, met dezelfde leeftijd als dochter, ligt ook in de kliniek.
Ook bij haar de pijn en het weemoedig verlangen naar die moederdag een jaar eerder.

Ik plaats een foto op facebook waar we samen stralend lachend op staan. 
Onder de foto mijn vurige wens;
Volgend jaar voor moederdag zal zo'n foto van ons samen het mooiste cadeau zijn.



Moederdag 10 mei 2015
Het is half 9 als ik wakker word.
Manlief was vannacht ziek. Klappertandend lag hij naast me. 
Meer dan 40 graden koorts. Verschrikkelijke hoest.
Dochterlief was er onrustig van in haar bed naast het onze.
Ze slingerde af en toe met kracht haar arm in mijn gezicht.
Later de nacht ben ik in dochters kamer gaan liggen.

Ik ga kijken of ze wakker zijn, maar ze liggen beiden nog in diepe rust. 
Pas na half 10 hoor ik gerommel boven. 
Als ik de slaapkamer in kom, barst dochter in juichen uit:
-Het is moederdag!!!!!-

-En nu krijg ik een cadeau!-
juich ik terug.

Manlief tovert het cadeau tevoorschijn en samen pakken dochter en ik het, door haar zelf versierde, pakje uit.


Een prachtig versierde vlinder, in de kleuren van dochter, mét glitters.


Mijn wens is uitgekomen. 
We hebben al vaak een foto gemaakt samen. En voor de 3de keer na die onfortuinlijke moederdag ontvang ik van dochter zélf een pakje.
Eentje die ze zelf gemaakt heeft en me met trots overhandigt.

Deze moeder is blij, dankbaar en supertrots!

zondag 5 april 2015

Schuttingdeur

De schuttingdeur van de achterbuurtjes staat open, zie ik op een ochtend, terwijl ik mijn fiets in de steeg neerzet, tegen het schuurtje. 
Ik sluit onze eigen schuttingdeur af en als ik me omdraai naar mijn fiets zie ik ineens mijn meisje achterop zitten. 

Toen we nog ‘gewoon’ naar de  buurtschool gingen, wachtte ze altijd geduldig in het zitje achterop, tot ik de deur had afgesloten. Vaak kwam het voor dat we de achterbuurtjes troffen. Buurmeisje en dochter zaten op dezelfde school. Buurvrouw en ik hadden altijd veel te kletsen op weg naar en van school.

Vandaag gaf ik dochter mee met de mama van haar vriendinnetje naar school. Nu vertrekt ze met haar rolstoel via de voordeur en gaat dan met de auto mee, op weg naar een school in een andere stad. Achter ons huis zit er niemand op mijn fiets in de steeg op me te wachten. 
De buurtjes zijn zonder ons naar school.

Inmiddels is het ruim 3 jaar geleden dat we samen naar school fietsten. 
We hebben ons leven weer opgepakt. De draai weer gevonden. Dochter is blij op haar school en ze zit daar inmiddels al langer op dan dat ze ooit op haar oude school zat.

En toch doet het even pijn, dat beeld. 
Niet groots en overweldigend, maar klein en een beetje zeurend. 

Want die tijd dat dochter achterop mijn fiets zat komt nooit meer terug. Dat leven is abrupt afgebroken. En zelfs als dochter over 5 jaar volledig hersteld zou zijn, dan nog zijn we toen een meisje verloren en hebben we een ander meisje teruggekregen. 
Eentje die totaal anders was en toch weer precies dezelfde. 
Maar nooit meer dát meisje van 5, dat zelf op en van de fiets klom.

En zo fiets ik alleen richting de trein. 
Een beetje rouwend om wat was en zacht berustend in wat is.

zondag 22 maart 2015

Aangenaam verbijsterd

"Mevrouw?"
Aan mijn bureau staat een studente. De les is net afgelopen en ik ben mijn spullen aan het opruimen.
"Mag ik u even spreken?"

Natuurlijk mag dat. 
Ik verwacht een excuus voor het niet inleveren van een werkstuk die dag, dus ik blijf in de gang even staan om het gesprek te voeren. 
"Het is een beetje privé."

Ik had haar een dik jaar eerder ook al in de klas. Toen maakte ik me erg zorgen over haar. Ze was tijdens een les zo erg teruggetrokken, dat ik haar na de les even bij me had geroepen. Uit haar verhaal bleek dat ze suïcide gedachten had en ik schakelde samen met haar coach toen een psycholoog in om haar te begeleiden.

We vinden een leeg lokaal.
Daar doet ze haar verhaal.
Over wat voor een jaar ze achter de rug heeft.
En hoe blij ze is dat ze heeft ontdekt en vooral heeft kunnen accepteren dat ze is wie ze is.
Ze is namelijk niet zij.
Ze is een hij.

En naarmate hij verder vertelt zie ik hem open gaan. 
Hij heeft het zolang onderdrukt dat hij eigenlijk een jóngen is. 
Het afgelopen jaar trof hij toevallig iemand met soortgelijke gevoelens. En via haar ontmoette hij nog meer mensen. 
Toen viel het, waar hij altijd mee worstelde, op zijn plek en kon hij het eindelijk onder ogen zien.

Inmiddels zit hij in traject om zich te laten omvormen tot man.
Hij heeft al een nieuwe naam bedacht.
En of ik het goed vind dat hij het in de volgende les aan de groep vertel.

Ik ben op een aangename manier verbijsterd.
Het schuchtere, depressieve meisje is nu een stralende jongen.
Wat zien mensen er prachtig uit als ze zichzelf zijn.

Ik kan het niet laten hem even te knuffelen.
Wat is het heerlijk om hem zo gelukkig te zien.
Zo vol zin in het leven.

De rest van de dag loop ik op wolkjes.
Echt geluk is besmettelijk.

Dank, dappere man!

Joey Chou. Gevonden op bloglovin.com


zondag 15 maart 2015

Bianca

Dochterlief is net thuis. Ze zit op de grond en pakt zelf haar tas uit. Heel veel werkjes, haar broodtrommel, bekers en een envelop van school. Ze frummelt de envelop open haalt er een brief uit en roept naar manlief en mij:
"Kijk eens, Bianca is dóód!".

Ik herinner me een gesprek met het hoofd van de afdeling op dochter's school, enkele weken geleden. Ze vertelde over de sterfgevallen op school. Dat dat op dochter's school relatief vaker voorkomt dan op reguliere scholen, hoewel het ook hier (gelukkig) een klein percentage betreft. Ze vertelde over de impact op de leerlingen en het personeel, het medeleven met de familie, een herdenkingsaltaar en de saamhorigheid en warmte die het samen rouwen teweeg brengt.

"Wat bijzonder dat dat zo samen kan," reageerde ik, "ik hoop echter dat we dit in de tijd dat dochter op school zit nooit hoeven meemaken."
Want hoe dan ook, een kind mag niet dood.
"Reken er maar op dat dat wel gebeuren gaat" antwoordde het hoofd, weinig geruststellend en recht voor z'n raap.

En nu is dus Bianca dood. 

We vragen dochter of ze Bianca kent. Dochter vertelt dat ze haar wel eens op het schoolplein zag maar ze had nog nooit met haar gespeeld. De juf had verteld dat Bianca dood was.

We lezen de brief en ontdekken dat het om een meisje gaat van dochters leeftijd. Overleden aan de gevolgen van een hersentumor, thuis, in het bijzijn van haar ouders.

We wisselen een blik en zijn er allebei een poosje van ontdaan. Het werpt ons even terug in de tijd, naar 3 jaar geleden, toen wij die ouders hadden kunnen zijn.

Dochterlief pakt ondertussen nog een andere tas uit en laat ons zien wat ze allemaal nog meer vindt. Daarna vraagt ze wanneer we gaan eten en wat we gaan eten, want ze heeft toch wel 'erge honger'.

Zo doet ze ons voor hoe hier mee om te gaan. 
Over naar de orde van de dag. 
Naar wat we eten vandaag en of we erna nog een spelletje doen.

Want wij leven, godzijdank, gelukkig gewoon.





(De naam Bianca is gefingeerd)

zondag 8 maart 2015

Over-Leven

Tijdens het opschonen van mijn facebookprofiel kwam ik een blog tegen die ik toentertijd alleen in beperkte kring publiceerde. Toen een te persoonlijk schrijven. 
Nu een stuk waaruit blijkt hoe sterk de drive is tot overleven. Ik schreef het toen ons meisje wel al in de comakliniek lag, maar nog niet bewust was.


Vanochtend werd ik wakker uit een droom. Er werd een persconferentie gegeven waarin werd uitgelegd waarom dochter's behandeling gestopt werd. Nee, ze was nog niet wakker, maar zeker was dat ze het op eigen kracht zou kunnen, dus behandeling was niet meer nodig.

Hoewel de inhoud van de droom niet zo verontrustend was, werd ik wel verontrust wakker, iets na 7-en & ik voelde al dat verder slapen niet meer zou gaan lukken. 

"Lopen" dacht ik. 

Terwijl ik me daarvoor klaarmaakte had ik een gesprekje met mezelf in de spiegel. 


-Ik wil direct lopen-

-Moet je niet eerst wat eten?-

-Nee, ik wil direct lopen.-

-Maar stel dat je instort?-

-Dan maar, I don't fucking care…-


En ik keek in de spiegel en ik besefte dat dat niet waar is. 
I dó care hoe het met me gaat. 

Het raakte me om dat te voelen. 
De zin in leven, terwijl ik de laatste dagen, weken, zo graag niét wil leven. 
Of beter gezegd, zo graag dít leven niet wil leven. 

Als ik niet bij dochterlief ben wil ik slapen, slapen om niets te voelen. 
Ik ben boos als ik wakker word omdat het voelen weer begint. 
Ik verdoof me het liefst met pillen, zodat ik ook dieper slaap, terwijl ik in de praktijk steeds minder neem, een halfje voor het slapen gaan.
Daar zorgt met mijn zelfzorger wel voor. 

Ik realiseer me dat ik niet bewust wil leven als mijn meisje ook niet bewust leeft.
En dan ineens de zin, de behoefte om wel te gaan hardlopen, een klein stukje leven op te pakken zoals het was voor het noodlot ons trof.

Het verscheurt me.

Hoe kan ik leven zonder dat zij er nog helemaal is.  

Hoe kan ik de dingen doen die ik deed voor die tijd, ja zelfs voordat zij geboren was. 
 Hoe kan ik verder leven zonder haar, alsof ze er nooit geweest is. Alsof ze niet het belangrijkste is in mijn leven?

Ik ben gaan lopen, huilend, beseffend, in pijn om mijn meisje, mijn verlangende moederhart, mijn grote allesoverheersende verdriet. 
 Alles heb ik meegenomen en weer mee terug genomen. 
Ik draag het, hoewel ik het met moeite nog verdraag. 

Ik ben in pijn en toch roept daar het leven

Gevonden op etsy.com

zaterdag 31 januari 2015

Zo'n dag

"Mama, wat is dat voor hondje?"

(Over deze poster die al tijden in het toilet hangt).


"Mama, hoe kan het dat ze bij 'het Zandkasteel' hun mond niet bewegen tijdens het praten?"
(Dat was mij nog nooit opgevallen)

Twee vragen op één dag waaruit blijkt dat dochterlief meer ziet. 
Of ze nou weer een bewustzijnssprongetje heeft gemaakt of dat ze letterlijk meer en scherper ziet, weet ik niet.

Wel is het opvallend dat ze het spellen van woorden ook juist vandaag onder de knie lijkt te hebben...

Het is weer zo'n dag.
Zo'n dag waarop dochter ineens weer meer kan.

Het blijft raadselachtig die ontwikkeling van dochterlief.

Ik ben er nog niet over uit of ik ze nu wil oplossen die raadsels of dat ik het maar laat.





donderdag 22 januari 2015

Gezichtloos

Mijn facebookaccount is opgeheven. Formeel nu een week. 

 Ik kondigde het al in september aan en was toen ook voortvarend begonnen met het leeghalen van mijn tijdlijn. Dat bleek een enorme klus. 

In de laatste dagen van 2014 rondde ik met frisse tegenzin het karwei af en zo kwamen de jaren 2010 tm 2014 aan me voorbij. Bijzondere jaren, tripjes van een gelukkig gezin, huis-tuin-en-keuken-kiekjes, ziekenhuisfoto's, verhalen van een opkrabbelend gezin en het oppakken van het gewone leven. 

 Ik werkte in chronologische volgorde maar stagneerde, stiekem tot mijn eigen verbazing, in 2012, het jaar dat mijn meisje ziek werd. Het bleek een pittige klus om mijn meisje weer ziek te zien worden en de verhalen te lezen van onze totale ontreddering. 

 De remedie was om terug te werken van 2014 naar 2012. Na uren werk was ik zo murw dat, toen ik in 2012 aankwam, het verwerken van de verhalen en foto's alleen nog maar een klus werd die ik zo snel mogelijk wilde klaren. Zonder extra gevoel, zonder hervoeld verdriet. 

En zo kabbelde ik gezichtloos 2015 in, nasudderend van de verhalen, dankbaar dat we nu alweer bijna 3 jaar verder zijn en trots dat we die klus samen toch maar weer geklaard hebben.